duwde aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duw·de aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanduwen

duwde aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aanduwen
    • Ik duwde aan. 
    • Jij duwde aan. 
    • Hij, zij, het duwde aan. 


Gangbaarheid