duwbak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duw·bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duwbak duwbakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

duwbak m

  1. (scheepvaart) het bijna vierkante bakvormige vaartuig dat door middel van een duwboot voortgedreven wordt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen