duke

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

duke

  1. hertog
  2. vuist

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈdyːkɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
duke
dook
gedaoke
klasse 2 volledig

Werkwoord

duke

  1. duiken
  2. soppen