duizendjarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·zend·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen duizendjarig
verbogen duizendjarige
partitief duizendjarigs

Bijvoeglijk naamwoord

duizendjarig

  1. van iets (vaak een staat) dat het 1000 jaar zal blijven bestaan
    • In de bijbel wordt het duizendjarig vredesrijk voorspeld na de dag des oordeels. 
    • Het duizendjarige rijk van de Nazi's heeft 12 jaar bestaan. 

Gangbaarheid