duizelig
Uiterlijk

- dui·ze·lig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | duizelig | duizeliger | duizeligst |
| verbogen | duizelige | duizeligere | duizeligste |
| partitief | duizeligs | duizeligers | - |
duizelig
- een gevoel waarbij alles lijkt rond te draaien en het gevoel voor evenwicht verstoord is
- ▸ Mijn hart bonkte tegen mijn ribben, alleen al door bij haar te zijn; ik werd gewoon duizelig van haar aanwezigheid, en mijn duizeligheid werd nog eens versterkt omdat zij hetzelfde leek te voelen.[1]
- ▸ Mijn hart bonkte tegen mijn ribben, alleen al door bij haar te zijn; ik werd gewoon duizelig van haar aanwezigheid, en mijn duizeligheid werd nog eens versterkt omdat zij hetzelfde leek te voelen.[1]
- Het woord duizelig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "duizelig" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ig in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %