duivels

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·vels
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van duivel met het achtervoegsel -s

Tussenwerpsel

duivels

  1. een uitroep van verbazing
    Duivels zeg!
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen duivels duivelser duivelst
verbogen duivelse duivelsere duivelste
partitief duivels duivelsers -

Bijvoeglijk naamwoord

duivels

  1. als een duivel
    Dat was echt een duivels plan.
  2. vervloekt.
    Die duivelse jongen heeft weer iets uit mijn tuin gestolen!
  3. boos, ongeduldig
    Je wordt er duivels van.


Bijwoord

duivels

  1. In hoge mate
    Ik was toen echt even duivels kwaad.
    Dat was duivels moeilijk om te doen.

Zelfstandig naamwoord

duivels mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord duivel

Nederlands