duivelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·ve·len

Zelfstandig naamwoord

duivelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord duivel

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.