duikvakantietje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duik·va·kan·tie·tje

Zelfstandig naamwoord

duikvakantietje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord duikvakantie