duikteam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duik·team
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duikteam duikteams
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

duikteam o

  1. (sport) team dat duikt

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.