duikhandschoentje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duik·hand·schoen·tje

Zelfstandig naamwoord

duikhandschoentje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord duikhandschoen