duidt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • duidt

Werkwoord

vervoeging van
duiden

duidt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duiden
    • Jij duidt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van duiden
    • Hij duidt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van duiden
    • Duidt!