dubbeldekker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
dubbeldekker

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dub·bel·dek·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van dubbel en dek met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord dubbeldekker dubbeldekkers
verkleinwoord dubbeldekkertje dubbeldekkertjes

Zelfstandig naamwoord

dubbeldekker m

  1. (luchtvaart) een vliegtuig met twee evenwijdige vleugels boven elkaar
    • Tussen de beide wereldoorlogen waren dubbeldekkers erg in zwang. 
  2. (transport) bus of trein met twee niveaus waarin passagiers vervoerd kunnen worden
    • In Londen rijden veel dubbeldekkers. 
    • De NS gebruikt steeds meer dubbeldekkers. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie