Naar inhoud springen

dualiteit

Uit WikiWoordenboek
  • du·a·li·teit
enkelvoud meervoud
naamwoord dualiteit dualiteiten
verkleinwoord - -

dedualiteitv

  1. het duaal zijn, de tweeslachtigheid
95 %van de Nederlanders;
94 %van de Vlamingen.[2]