druus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • druus
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Arabisch
enkelvoud meervoud
naamwoord druus druzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

druus m

  1. (religie) lid van een religieuze gemeenschap die ontstaan is als een van de vele mystieke stromingen in de middeleeuwse sjiitische islam
     Een strijder van Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van Al-Qaida, is opgepakt op verdenking van het plegen van de aanslag die vrijdag een belangrijke druzengeestelijke het leven kostte. Wafi Abu Trabi zou zijn daad hebben opgebiecht aan notabelen in de provincie Sweida, waar veel druzen wonen en de aanslag plaatshad, meldt de Syrische staatspers. Lokale activisten doen die bewering echter af als onzin.[1]
     De islamitische gemeenschap op Curaçao ontfermde zich over Aktham. Die is zelf geen moslim maar een druus. De druzen vormen een religieuze minderheid in Libanon, Israël, Jordanië en Syrië. De Syrische regering heeft weinig op met de druzen. Aktham werd in Syrië gearresteerd. Na zijn vrijlating vluchtte hij naar Libanon.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Verdachte aanslag op druzen Syrië opgepakt” (07-09-2015), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron “Curaçao weet zich geen raad met zijn enige vluchteling” (11-04-2016), NOS