drost

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drost
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drost drosten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

drost m

  1. (geschiedenis) (juridisch) (beroep) historische titel, aanklager in dienst van landheer
Synoniemen
  1. landdrost, (In Limburg, Brabant en Overijssel): drossaard
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
drossen

drost

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drossen
    Jij drost.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drossen
    Hij drost.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van drossen
    Drost!
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl