droogkomiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droog·ko·miek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord droogkomiek droogkomieken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

droogkomiek m

  1. iemand die komische dingen zegt zonder uit de gewone spreektoon te vallen
Verwante begrippen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen droogkomiek droogkomieker droogkomiekst
verbogen droogkomieke droogkomiekere droogkomiekste
partitief droogkomieks droogkomiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

droogkomiek

  1. komische dingen zeggend zonder uit de gewone spreektoon te vallen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.