droogdok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Drijvend droogdok te Lauwersoog

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droog·dok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord droogdok droogdokken
verkleinwoord droogdokje droogdokjes

Zelfstandig naamwoord

droogdok o

  1. (scheepvaart), (waterstaat) een afsluitbaar gedeelte van een scheepswerf of een drijvende (ponton-)constructie waarmee, door het in- of uitlaten van water, schepen voor inspectie, onderhoud en reparatie kunnen worden drooggezet
    • Het schip ligt nu in droogdok voor reparatie. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid