drogisterij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

drogisterij in Amsterdam
Uitspraak
Woordafbreking
  • dro·gis·te·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drogisterij drogisterijen
verkleinwoord drogisterijtje drogisterijtjes

Zelfstandig naamwoord

drogisterij v

  1. (bedrijf) winkel van een drogist [1]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen