droedel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droe·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord droedel droedels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

droedel m

  1. tijdverdrijf waarbij creatief omgegaan wordt met woorden, letters, en tekeningen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
droedelen

droedel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droedelen
    • Ik droedel. 
  2. gebiedende wijs van droedelen
    • Droedel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van droedelen
    • Droedel je? 

Gangbaarheid

46 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen