drijvend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drij·vend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: drijven
verbogen vorm: drijvende

drijvend

  1. onvoltooid deelwoord van drijven
stellend
onverbogen drijvend
verbogen drijvende
partitief drijvends

Bijvoeglijk naamwoord

drijvend

  1. op water steunend door de opwaartse druk daarvan (kan met dezelfde betekenis worden gebruikt bij andere onvaste stoffen dan water)
    • De woonboten vormen een drijvend dorp. 
  2. horizontaal verplaatsbaar over een wateroppervlak
    • Voor het plaatsen van de nieuwe brug liet men een drijvende kraan komen. 
Afgeleide begrippen
Antoniemen

Gangbaarheid