drietje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·tje

Zelfstandig naamwoord

drietje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord drie

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.