drieling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drieling drielingen
verkleinwoord drielingetje drielingetjes

Zelfstandig naamwoord

drieling m [2]

  1. meerling van drie stuks, drie uit één zwangerschap of dracht geboren kinderen of jongen
  2. drie zaken die tezamen een eenheid vormen
Afgeleide begrippen


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal