driejarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van drie en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen driejarig - driejarigst
verbogen driejarige -
partitief driejarigs - -

Bijvoeglijk naamwoord

driejarig

  1. drie jaar oud
    • De driejarige kleuter ging voor het eerst naar de kleuterspeelzaal. 

Gangbaarheid