driehonderdnegenenveertigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·hon·derd·ne·gen·en·veer·tigs

Zelfstandig naamwoord

driehonderdnegenenveertigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord driehonderdnegenenveertig

Gangbaarheid