driehonderddrieënnegentigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·hon·derd·drieën·ne·gen·tigs

Zelfstandig naamwoord

driehonderddrieënnegentigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord driehonderddrieënnegentig

Gangbaarheid