driehonderdachtentwintigs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·hon·derd·acht·en·twin·tigs

Zelfstandig naamwoord

driehonderdachtentwintigs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord driehonderdachtentwintig

Gangbaarheid