driedaags

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drie·daags
Woordherkomst en -opbouw

samenstelling van

stellend
onverbogen driedaags
verbogen driedaagse
partitief driedaags

Bijvoeglijk naamwoord

driedaags

  1. dat iets wat drie dagen duurt
    • Omdat we ook vrijdag vrij hadden konden we een driedaagse vakantie houden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.