Naar inhoud springen

driebanden

Uit WikiWoordenboek
  • drie·ban·den
enkelvoud meervoud
naamwoord driebanden -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

hetdriebandeno

  1. geen meervoud (sport) biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
driebanden
driebandde
gedrieband
zwak -d volledig

driebanden

  1. inergatief (sport) spelen van het biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt