drieën
Uiterlijk
- drie·en
de drieën mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord drie
drieën
- Zij waren met zijn/z'n/hun drieën.
Zij waren drie in getal.
- Het woord drieën staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Teuntje de Haan“Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij
, ISBN 9789021409375 - ↑ Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500