dreinen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drei·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zeuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1886 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dreinen
dreinde
gedreind
zwak -d volledig

Werkwoord

dreinen

  1. inergatief zeurderig huilen
    • En haar peuter dreinde maar door. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen