dreigend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drei·gend

Deelwoord

deelwoord
onverbogen dreigend
verbogen dreigende
vervoeging van
dreigen

dreigend onvoltooid deelwoord van dreigen

  1. attributief gebruikt
    • Na de dreigende taal over en weer loopt de spanning verder op. 
  2. attributief gebruikt op het punt staan te gebeuren
    • Er is een dreigend tekort aan leraren. 
    • Hij waarschuwt voor een dreigend financieel debacle met de bouwplannen. 
  3. bijwoordelijk gebruikt
    • Dreigend met een groot mes liep hij op mij af. 

Bijvoeglijk naamwoord

  1. eigenschap van iets dat bang maakt
    • De dreigende houding van de man maakte iedereen bang. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dreigend dreigender dreigendst
verbogen dreigende dreigendere dreigendste
partitief dreigends dreigenders -

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.