dreg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dreg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dreg dreggen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dreg v / m [2]

  1. (gereedschap) driearmig werpanker of een lange stok met een haak om iemand of iets uit het water te halen
  2. vishaak met drie punten
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
dreggen

dreg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreggen
    Ik dreg.
  2. gebiedende wijs van dreggen
    Dreg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dreggen
    Dreg je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal