draaier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draaier draaiers
verkleinwoord draaiertje draaiertjes

Zelfstandig naamwoord

draaier m [1]

  1. (beroep) iemand die met een draaibank werkt
    • Hij is een ervaren draaier die prachtig werk aflevert. 
  2. (anatomie) de tweede wervel in de hals, net onder de atlas
  3. iemand die niet voor de waarheid uitkomt, draaikont
    • Hij liegt niet maar de waarheid hoor je ook niet, het is een echte draaier. 
  4. vrouwenversierder, playboy [2]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl