draaier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draaier draaiers
verkleinwoord draaiertje draaiertjes

Zelfstandig naamwoord

draaier m [1]

  1. (beroep) iemand die met een draaibank werkt
    Hij is een ervaren draaier die prachtig werk aflevert.
  2. (anatomie) de tweede wervel in de hals, net onder de atlas
  3. iemand die niet voor de waarheid uitkomt, draaikont
    Hij liegt niet maar de waarheid hoor je ook niet, het is een echte draaier.
  4. vrouwenversierder, playboy [2]
Hyponiemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. etymologiebank.nl

Meer informatie

Verwijzingen