draagmoeder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • draag·moe·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draagmoeder draagmoeders
verkleinwoord draagmoedertje draagmoedertjes

Zelfstandig naamwoord

draagmoeder v

  1. een vrouw die voor anderen (de wensouders) een kind draagt en baart, doorgaans een paar dat zelf geen kinderen kan krijgen (al dan niet tegen betaling)
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen