doum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðɒʊm/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Oudlimburgse dhaum, hetgeen verwant is aan dhuhm (vgl. het Limburgse doem en het Nederlandse duim).

Zelfstandig naamwoord

doum o

  1. (verouderd) familie, gezin
Verbuiging