doubler
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| doubler |
doublais |
doublé |
| eerste groep | volledig | |
doubler
- overgankelijk verdubbelen [2]; dubbel zo groot maken
- overgankelijk als dubbel zn vervangen
- overgankelijk (filmkunst) dubben; de originele filmdialoog vervangen door een vertaling in een andere taal
- overgankelijk inhalen
- onovergankelijk verdubbelen; dubbel zo groot worden