doubleerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dou·bleer·de

Werkwoord

vervoeging van
doubleren

doubleerde

  1. enkelvoud verleden tijd van doubleren
    • Ik doubleerde. 
    • Jij doubleerde. 
    • Hij, zij, het doubleerde.