doublé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dou·blé
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
stellend
onverbogen doublé
verbogen
partitief doublés

Bijvoeglijk naamwoord

doublé

  1. met een dun laagje goud overdekt

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be