doublé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dou·blé
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
stellend
onverbogen doublé
verbogen
partitief doublés

Bijvoeglijk naamwoord

doublé

  1. met een dun laagje goud overdekt

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.

Verwijzingen