Naar inhoud springen

doublé

Uit WikiWoordenboek
  • dou·blé
  • uit het Frans
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen doublédoubléërdoublést
verbogen doubléëdoubléëredoubléste
partitief doublésdoubléërs-

doublé

  1. met een dun laagje goud overdekt
90 %van de Nederlanders;
66 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  doublé     le doublé     doublés     les doublés  

doublé m

  1. een dun laagje goud of ander edelmetaal
    «une bague en doublé»
    een doubléë ring
  2. (sport) iets wat een tweede keer gedaan wordt (bv. een tweede goal van een speler)

doublé

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van doubler