dorps

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dorpsplein
Uitspraak
Woordafbreking
  • dorps
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van dorp met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen dorps dorpser dorpst
verbogen dorpse dorpsere dorpste
partitief dorps dorpsers -

Bijvoeglijk naamwoord

dorps

  1. op de manier zoals het in een dorp toegaat
    • Hoewel het een wijk in een grote stad was, was er toch een sfeer van dorpse gemoedelijkheid. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.