dormitar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
  1. doezelen, lichtjes slapen, dommelen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·cha·ro·lar

Werkwoord

dormitar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dormitar
dormitaba
dormitado
volledig
  1. (onovergankelijk) doezelen, dommelen, sluimeren, lichtjes slapen
Synoniemen
Verwijzingen