doorzeefden
Uiterlijk
- Geluid: doorzeefden (hulp, bestand)
- door·zeef·den
| vervoeging van |
|---|
| doorzeven |
doorzeefden
- meervoud verleden tijd van doorzeven
- Wij doorzeefden.
- Jullie doorzeefden.
- Zij doorzeefden.
- Wij doorzeefden.
| vervoeging van |
|---|
| doorzeven |
doorzeefden
- (in een bijzin) meervoud verleden tijd van doorzeven
- ...dat wij doorzeefden.
- ...dat jullie doorzeefden.
- ...dat zij doorzeefden.
- ...dat wij doorzeefden.
- Het woord doorzeefden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.