doorwerkt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·werkt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van doorwerken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
doorwerken

doorwerkt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwerken
    • ... dat jij doorwerkt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorwerken
    • ... dat hij doorwerkt. 

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.