doorstart
Uiterlijk
- door·start
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doorstart | doorstarts |
| verkleinwoord |
de doorstart m
- het afbreken van een al begonnen landing van een vliegtuig
- Na een mislukte doorstart raakte het vliegtuig de grond en vloog in brand.
- (economie) de voortzetting van een deel van de ondernemingsactiviteiten van een failliet bedrijf in een nieuwe rechtsvorm
- De doorstart is zonder consequenties voor het personeel verlopen.
- De curator gaat kijken of het bedrijf een doorstart kan maken.
| vervoeging van |
|---|
| doorstarten |
doorstart
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorstarten
- ... dat ik doorstart.
- (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorstarten
- ... dat jij doorstart.
- (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorstarten
- ... dat hij doorstart.
- Het woord doorstart staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "doorstart" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ doorstart op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 81 %