doorschoot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·schoot

Werkwoord

vervoeging van
doorschieten

doorschoot

  1. enkelvoud verleden tijd van doorschieten
    • Ik doorschoot. 
    • Jij doorschoot. 
    • Hij, zij, het doorschoot. 
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
doorschieten

doorschoot

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van doorschieten
    • ... dat ik doorschoot. 
    • ... dat jij doorschoot. 
    • ... dat hij, zij, het doorschoot.