doorprikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·prikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van doorprikken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
doorprikken

doorprikt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorprikken
    • ... dat jij doorprikt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorprikken
    • ... dat hij doorprikt. 


Gangbaarheid