doorpraten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·pra·ten
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

doorpraten [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorpraten
praatte door
doorgepraat
zwak -t volledig
  1. zonder ophouden doorgaan met praten
    • Dinsdag houdt Dijkman een lezing in Huize Antonius en donderdag 23 april is er een rondleiding vanaf de Oosterdokskade. Dijkman kan uren doorpraten over de leeuwen. Hij lacht. 'Het is een uit de hand gelopen hobby.'[2] 
    • Terwijl ik op Twitter de eerste berichten las over wat er gaande was op het mediapark en Rob Oudkerk op Radio1 stug over het mestoverschot bleef doorpraten, ontving ik plots tientallen, misschien wel honderden, berichtjes, aan mij persoonlijk gericht.[3] 
  2. iets bespreken met anderen met als doel om tot overeenstemming te komen
    • De ChristenUnie wil het debat over de Teevendeal niet voortzetten, maar wel doorpraten over de cultuur op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarover heeft de partij nog veel onbeantwoorde vragen.[4] 
    • Samir groeide die dag twee decimeter, liep weer rechtop en ging die maandag, na een weekend doorpraten over wat hij zou willen, een andere school zoeken of blijven, met meer zelfvertrouwen naar school. Al gauw was hij weer, net als op de basisschool, een van de druksten van de klas.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Het Parool RENATE GUITINK 12 APRIL 2015 Het mysterie van de verdwenen metershoge leeuwen
  3. Het Parool TEUN VAN DE KEUKEN 6 FEBRUARI 2015 Wat er ook op televisie is, mensen kijken toch wel
  4. Het Parool 27 JANUARI 2017 [ttps://www.parool.nl/binnenland/oppositie-ziet-af-van-verder-debat-met-rutte~a4454346/ Oppositie ziet af van verder debat met Rutte ]
  5. Het Parool 19 OKTOBER 2016 'Zwart of wit, wat maakt het uit? Ze komen elkaar na school wel weer tegen'