doorlopend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·lo·pend

Werkwoord

vervoeging van: doorlopen
verbogen vorm: doorlopende

dóórlopend

  1. onvoltooid deelwoord van doorlopen
vervoeging van: doorlopen
verbogen vorm: doorlopende

doorlópend

  1. onvoltooid deelwoord van doorlopen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doorlopend doorlopender doorlopendst
verbogen doorlopende doorlopendere doorlopendste
partitief doorlopends doorlopenders -

Bijvoeglijk naamwoord

doorlopend

  1. dat iets steeds doorgaat zonder onderbreking
    • Hij is doorlopend aan het klagen 
    • In deze bioscoop is een doorlopende voorstelling. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.