Naar inhoud springen

doorbrengen

Uit WikiWoordenboek
  • door·bren·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbrengen
bracht door
doorgebracht
zwak -cht volledig

doorbrengen

  1. overgankelijk een zekere tijd ergens verblijven
    • We hebben de vakantie in Zuid-Afrika doorgebracht. 
    • Het hotel waar zij hun vakantie doorbrachten is failliet gegaan. 
     Wat als er echt iets met Bibi aan de hand is? Wat als ze straks dood neervalt? Jonge vrouwen vallen niet zomaar dood neer, maar wat als zij welm Wie moeten we dan om hulp vragen? De nacht doorbrengen in een onherbergzaam gebied is één ding, maar wat als Bibi iets ernstigs onder de leden heeft? Ik heb nog nooit geen dak boven mijn hoofd gehad.[1]
     Maar de hitte en de zon wekten ons toch vroeger dan we wilden en de rest van de dag brachten we door met hangen en lezen.[2]
  2. een zekere tijd ergens mee bezig zijn
    • Hij bracht zijn tijd door met puzzelen. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be