doorbakken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·bak·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • [werkwoord] samenstelling van  door bw  en  bakken ww  [1]; uit onderstaande voorbeeldzinnen blijkt, anders dan het Woordenboek der Nederlandsche Taal zegt, dat de overgankelijke vorm ook voorkomt [2]
  • vervoeging van doorbakken: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)
  • [bijvoeglijk naamwoord] van het voltooid deelwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbakken
bakte door
doorgebakken
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

dóórbakken

  1. onovergankelijk niet stoppen met bakken, verdergaan met in een oven of pan verhitten of verhit worden
    • Meedoen aan een prijzenslag is dan ook volgens Beetstra niet verantwoord voor de bakker. Rustig doorbakken en vooral lekker vers brood leveren, dat is het advies van de Friese bakkersbond. [3]
    • Laat de soufflé 20 tot 30 minuten doorbakken of tot hij ongeveer 5 cm boven de rand is gerezen en de bovenkant lichtbruin gekleurd is. [4]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorbakken
doorbakte
doorbakken
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

doorbákken

  1. overgankelijk iets in een oven of pan grondig verhitten
    • Hij voerde het woord, meestal begeleid door de geur van zijn slijm, de stank van zijn bedorven tandvlees, die altijd boven alles uitsteeg wat ik klaar kon maken, boven alles wat ik kon doorbakken. [5]
    • (…) niettegenstaande de steenen hier 25 Nederlandsche duimen lang, 10 duimen breed en 7 duimen dik waren, zijn dezelve zeer ligt, doordien de Kapenaars met hunne houtvuren dezelve niet genoeg doorbakken kunnen. [6]
    • Deze gebreken kan men verbeteren, als men het behoorlyk wascht, en droogt, een weinig wyn in den deeg kneed, denzelven wat langer dan gewoonlyk laat ryzen, en het brood wel doorbakt. [7]
    • Neemt Scilla Zee-anjuyn met deegh rontom bekleet,
      Doorbackt hem morwe sacht in eenen oven heet(…)
       [8]
  2. voltooid deelwoord van doorbakken
    • Hij wist precies hoe heet de oven moest zijn voor vlaaien, taarten, wit of zwart brood; op welke plavuis een taart moest staan om langzaam en goed doorbakken te worden. [9]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doorbakken doorbakkener doorbakkenst
verbogen doorbakkenste
partitief doorbakkens doorbakkeners -

Bijvoeglijk naamwoord

doorbákken

  1. door en door gebakken waardoor het geheel gelijkmatig is gebakken
    • We hebben er extra frieten bij besteld, die wel erg doorbakken zijn. [10]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen