dook

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dook
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘ijzerstaaf om hout en stenen te verbinden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1827 [1]

Werkwoord

vervoeging van
duiken

dook

  1. enkelvoud verleden tijd van duiken
    • Ik dook. 
    • Jij dook. 
    • Hij, zij, het dook. 

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen